Sofagesprek met filosoof Bleri Lleshi over ongelijkheid, jongeren, neoliberalisme en hoop
Bleri Lleshi is filosoof, docent, schrijver, voormalig jongerenwerker en gepassioneerd spreker. Hij groeide op in extreme armoede in Albanië en bouwde in België een pad uit dat even veelzijdig als geëngageerd is. In dit lange, gelaagde gesprek spreekt hij over zijn roeping, zijn kritiek op het beleid, zijn liefde voor jongeren en zijn diep geloof in hoop en verbondenheid als motor voor verandering.


Ik kon niet wegkijken van onrecht!
Als kind groeide Bleri op in Albanië, in de nasleep van een communistisch regime. “Toen het systeem viel, waren we opgelucht. En tegelijk overdonderd: voor het eerst hadden we toegang tot televisie. We zagen beelden van het Westen — modern, welvarend. Het voelde als het beloofde land.”
Maar diezelfde televisie liet ook iets anders zien. “De Iran-Irakoorlog. De oorlog op de Balkan. Ik was nog maar tien, maar iets in mij begon te wringen: waarom doet niemand iets aan dit onrecht?”
Hij kwam naar België met het voornemen om internationale politiek te studeren. “Ik wilde naar de hoofdstad van Europa, ik wilde conflicten oplossen. En ik studeerde af met de hoogste onderscheiding. Maar toen ik het onrecht zag in Brussel — jongeren die worden uitgesloten, gemarginaliseerd, genegeerd — wist ik: ik moet hier iets doen. En dus werd ik sociaal werker. Niet de diplomaat die iedereen in mij zag, maar wel iemand die verschil wilde maken, op straat, in scholen, met jongeren.”
Ik kon niet onverschillig blijven
De naar sociaal werk was geen evidente keuze. “Iedereen in mijn omgeving dacht dat ik gek was. Maar ik voelde: als ik dit onrecht zie, dan kán ik niet gewoon toekijken. Dan moet ik iets doen. En dat gevoel, dat idealisme, heb ik nooit losgelaten. Ik pleit ervoor om dat idealisme te koesteren — zeker bij jongeren.”
Die keuze leidde hem uiteindelijk ook naar het schrijven. “Wat ik op straat zag, in scholen, in gezinnen, moest naar buiten. Ik wilde niet alleen met beleidsnota’s proberen wegen te vinden — ik wilde boeken schrijven, artikels publiceren, mensen raken. Vanuit de praktijk, maar altijd onderbouwd met academische inzichten. Want ik ben ook filosoof. Die combinatie van theorie en praktijk is mijn motor.”

“Er wordt met termen gegooid als ‘probleemjongeren’, maar niemand kijkt naar de systemen die hen buitensluiten. Jongeren zonder boterhammen op school. Zonder boeken. Ouders die uit schaamte wegblijven van oudercontacten omdat ze de factuur niet kunnen betalen.”
Brussel is een laboratorium van de toekomst
Bleri woonde meer dan twintig jaar in Brussel. “Het is de meest diverse stad van Europa. Zeventig procent van de inwoners heeft een migratieachtergrond. Maar dat gaat gepaard met keiharde ongelijkheid.”
Hij ziet Brussel als een testzone. “Hoe gaan we om met superdiversiteit? Wat werkt, wat niet? En tegelijk zie je er processen als gentrificatie, waarbij volkswijken worden opgekocht, opgewaardeerd en vervolgens onbetaalbaar worden. Mensen worden letterlijk weggeduwd — uit hun buurt, uit hun stad.”
Het probleem, benadrukt hij, is niet diversiteit. Het is ongelijkheid. “Ongelijkheid zie je in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, in politiecontroles, in woonbeleid. En het wordt vaak geracialiseerd. Maar het treft ook witte mensen in armoede. Het systeem duwt wie kwetsbaar is nog verder naar beneden.”
Hij spreekt over sociale uitsluiting, en jongeren die zich uitgesloten voelen van onderwijs, werk en publieke ruimte. “Er wordt met termen gegooid als ‘probleemjongeren’, maar niemand kijkt naar de systemen die hen buitensluiten. Jongeren zonder boterhammen op school. Zonder boeken. Ouders die uit schaamte wegblijven van oudercontacten omdat ze de factuur niet kunnen betalen.”
Het systeem straft wie al kwetsbaar is!
Volgens Bleri kunnen we ongelijkheid niet begrijpen zonder het neoliberale systeem te benoemen. “Neoliberalisme zegt: iedereen is zelf verantwoordelijk. Zit je in armoede? Zoek het zelf maar uit. Heb je geen werk? Dan zal het wel aan jou liggen.”
Die logica, zegt hij, sijpelt door in alles. “In het onderwijs zien we dat leerlingen zonder boeken of eten op school belanden. En de school? Die stuurt hen weg. Omdat de factuur niet betaald is. Dat is niet alleen een systeemfout. Dat is een moreel failliet.”
In zijn boek De neoliberale strafstaat beschrijft hij hoe kwetsbare jongeren dubbel worden gestraft: door armoede, en door een beleid dat hen verantwoordelijk stelt voor hun situatie. “Het beleid spreekt over zelfredzaamheid, maar weigert te investeren in mensen. We zetten camera’s en boetes in, maar we bouwen geen structuren die echt ondersteunen.”

“Liefde is wat je motiveert om te blijven vechten, om niet op te geven. Het is wat je doet zeggen: ik zie je. Jij bent het waard.”
Politiek laat jongeren falen — en straft hen vervolgens!
De gevolgen van dat systeem zijn volgens Bleri scherp zichtbaar in Brussel. “We hebben jongeren begeleid die tot 55 keer solliciteerden zonder antwoord. Enkel op basis van naam of postcode. En dan krijgen ze te horen dat ze geen moeite doen.”
Ook in het onderwijs is de ongelijkheid schrijnend. “Er zijn jongeren die niet naar school kunnen omdat er gewoon geen plaats is. Anderen krijgen geen boeken omdat hun ouders de vorige facturen niet konden betalen. Maar dan worden ze als ‘lastige leerling’ gecatalogeerd.”
Die jongeren voelen dat. “Ze zien hoe ze weggezet worden. Hoe politie hen behandelt. Hoe media hen bestempelen. En uiteindelijk? Worden ze afgestraft voor de frustratie die het systeem zelf veroorzaakt.”
Polarisatie is het gevolg van wanbeleid. Maar ook een kans.
De samenleving, zegt Bleri, wordt gestuurd door angst. “We investeren in oorlog, in veiligheid, in controle. Maar angst is een slechte raadgever. Jongeren voelen dat. Ze voelen het onrecht, ze voelen de hypocrisie.”
Volgens Bleri is polarisatie geen ‘probleem’ op zich — het is een symptoom. “Jongeren voelen zich uitgesloten, onveilig, onbegrepen. Natuurlijk komt daar verzet van. Natuurlijk zijn er reacties. Dat noemen we dan ‘radicalisering’, maar wat is de oorzaak?”
Hij verwijst naar thema’s als Palestina, klimaat, hoofddoekverboden. “Jongeren zien het onrecht. Ze voelen zich machteloos. En ze krijgen vaak geen plek om die woede te uiten, om er iets mee te doen. Daar ligt onze taak.”
Voor Bleri is dat een oproep tot politisering. “Niet politiek in partijkleur, maar politiek als betrokkenheid. Als jeugdwerker, als leerkracht, als docent: help jongeren begrijpen dat hun problemen niet individueel zijn, maar structureel. En geef hen tools om hun stem te laten horen.”



We hebben politiserend jeugdwerk nodig.
Volgens Bleri moet jeugdwerk méér doen dan luisteren. “Empathie is goed, maar niet genoeg. Politiserend werken betekent: structurele onrechtvaardigheden zichtbaar maken. Van individuele pijn een collectieve strijd maken.”
Hij pleit ervoor dat jeugdwerkers en sociaal werkers jongeren versterken in het erkennen van hun realiteit — en hen helpen die om te zetten in actie. “Niet paternalistisch, maar activerend. Want wie een stem geeft aan jongeren, creëert verandering.”
Liefde als daad van verzet
In zijn boek Liefde in tijden van angst zet Bleri een ander kompas tegenover het dominante systeem. “Liefde klinkt soft, maar het is misschien wel de meest radicale keuze die je kan maken. Wie vertrekt vanuit liefde, kiest niet voor cynisme. Maar ook niet voor naïviteit.”
Voor hem is liefde een politieke daad. “Liefde is wat je motiveert om te blijven vechten, om niet op te geven. Het is wat je doet zeggen: ik zie je. Jij bent het waard. Dat geldt voor jongeren, maar ook voor docenten, sociaal werkers, politici.”
Hij maakt zich zorgen over het verdwijnen van die passie. “Steeds meer studenten sociaal werk zeggen me: ‘Ik wil mensen helpen.’ Dat is goed, maar ik hoor te weinig: ‘Ik wil iets veranderen.’ Dat baart me zorgen. Want als sociaal werker ben je meer dan een luisterend oor. Je moet structureel denken. Je moet aan de kant van de jongeren durven staan.”

“In het onderwijs zien we dat leerlingen zonder boeken of eten op school belanden. En de school? Die stuurt hen weg. Omdat de factuur niet betaald is. Dat is niet alleen een systeemfout. Dat is een moreel failliet.”
Tot slot: “Verander wat je kan. En doe het met liefde.”
Bleri eindigt met een boodschap aan jongeren en jeugdwerkers: “Vraag jezelf af: waar maak ik verschil, al is het klein? Wat doe ik vanuit liefde, vanuit overtuiging? Je hoeft niet de wereld te redden. Maar elke daad van zorg, van verbondenheid, van hoop… telt.”




Leave a Reply