Met name in de jaren 70 kent de CVP topjaren, met figuren als Gaston Eyskens, Leo Tindemans en Wilfried Martens. Maar tegelijk slabakt de economie en stijgt de werkloosheid. De CVP-regeringen met Martens en later Jean-Luc Dehaene moeten in de jaren 80 en 90 een streng economisch herstelbeleid op poten zetten en de kiezer kan dat niet smaken.
De dioxinecrisis in 1999 is er te veel aan voor de CVP. De partij leidt een zware verkiezingsnederlaag en belandt voor het eerst sinds 1958 in de oppositie.
De CVP kiest daarop voor een interne hervorming en komt in 2001 naar buiten met een nieuwe naam: Christen-Democratisch en Vlaams, kortweg CD&V. Dat levert niet onmiddellijk iets op. Pas wanneer de partij in 2004 in kartel gaat met de jonge N-VA, boekt ze winst.
De grote verkiezingsoverwinning van 2007, met kopman Yves Leterme, legt de verwachtingen voor nieuwe communautaire hervormingen hoog, maar er komt niks van in huis omdat de Franstalige partijen blijven weigeren. Het kartel met N-VA valt uit elkaar in 2008.