De geschiedenis van de PVDA gaat terug tot 1971, wanneer Alle Macht Aan De Arbeiders wordt opgericht. Het gaat om een politieke beweging bestaande uit verschillende groepen die op dat moment al langer ijveren voor betere werkomstandigheden en wilde stakingen op poten zetten.
Alle Macht Aan De Arbeiders keek vooral naar China – en dan vooral zijn Communistische Partij – als grote voorbeeld. De dood van de Chinese leider Mao Zedong en de vernieuwde economische politiek in China, maakte dat ook de communistische beweging in België zich moest herbronnen. In 1979 werd dan ook de PVDA opgericht, de politieke partij die we tot op vandaag kennen.
Onder leiding van Ludo Martens zette de partij zich fors in voor de arbeiders. Ze kantte zich tegen de sluitingsplannen van de Limburgse steenkoolmijnen, neemt deel aan de vredesbeweging en krijgt bekendheid door de campagne ‘Doe de rijken de crisis betalen’.
Dat alles uit zich niet tot hoge verkiezingsscores. Integendeel. Op lokaal vlak halen ze hier en daar een zetel binnen, maar voor het Vlaams of federaal parlement blijft de partij lange tijd op 1 procent schommelen, fors onder de kiesdrempel van 5 procent.
Het zou uiteindelijk duren tot 2014 voordat de partij de eerste verkozenen kreeg in de Kamer, op dat moment enkel nog Franstaligen. Vijf jaar later kende de partij een historische overwinning en behaalde ze voor het eerst ook zetels in het Vlaams Parlement. Kritiek kwam er de laatste jaren op de houding van de partij in de oorlog die Rusland voert in Oekraïne. De partij veroordeelt de daden van Rusland, maar stemt tegelijk niet in die zin. Al moet dat volgens de PVDA vooral gezien worden als kritiek op de NAVO en de buitenlandpolitiek van de VS.