Zowat 100 jaar later zorgen enkele tegenvallende verkiezingen ervoor dat het imago van de partij moet worden opgepoetst. In 1961 herdoopt Omer Vanaudenhove de Liberale Partij tot de PVV (Partij voor Vrijheid en Vooruitgang). Hoewel er aan de ideologie niet wordt geraakt, staat de partij voortaan ook open voor gelovigen. Het is Guy Verhofstadt die in 1992 de tweede grote vernieuwingsoperatie doorvoert en hij komt met de VLD op de proppen, wat staat voor Vlaamse Liberalen en Democraten. Het woord Vlaams is niet toevallig. Daarmee wilde hij komaf maken met het anti-Vlaamse imago dat de liberalen op dat moment hebben. Verhofstadt haalde ook enkele ‘verruimers’ aan boord, onder wie kopstukken van de toenmalige Volksunie.
De tactiek werkt, want de liberalen gaan er verkiezing na verkiezing op vooruit. In 1999 wordt de VLD zelfs nipt de grootste. Guy Verhofstadt wordt premier van de federale regering, Patrick Dewael minister-president van de Vlaamse. De partij zou vanaf dan in élke regering actief zijn, met uitzondering van één Vlaamse regeerperiode.
Al betekent dat niet dat dat altijd zonder slag of stoot ging. Zo liet Alexander De Croo in 2010 de regering-Leterme II vallen, omdat er nog geen oplossing was gevonden voor de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde. Iets wat de kiezer niet kon appreciëren, want de partij verloor flink.