Hier staat de partij voor

De N-VA, voluit de Nieuw-Vlaamse Alliantie, is een Vlaams-nationalistische en conservatieve partij. De partij pleit ook voor een onafhankelijk Vlaanderen. Maar de N-VA wil dat niet doen door een revolutie, wel door de Belgische staat te doen ‘oplossen’: de federale staat moet almaar meer bevoegdheden afstaan aan de deelstaten. 

Een eerste stap in die richting noemt de N-VA het confederalisme. Dat is een soort bond van onafhankelijke staten die nog enkele bevoegdheden (zoals defensie of buitenlands beleid) samen proberen te regelen.

Sociaaleconomisch is de N-VA uitgesproken rechts-liberaal: werken en ondernemen staat centraal, liefst met een lage belastingdruk en een focus op een gezonde begroting. Op vlak van migratie pleit de partij voor een streng asiel- en terugkeerbeleid.

En in de strijd tegen de klimaatverandering ijvert de N-VA voor ‘ecorealisme‘: betaalbare oplossingen en technologie inzetten om de klimaatopwarming tegen te gaan. Het gebruik van kernenergie hoort daar zeker bij. Een (korte) geschiedenis van de partij

De N-VA bestaat eigenlijk nog maar sinds 2001. Toch kan je de partij een veel langere voorgeschiedenis toedichten, omdat ze een erfgenaam is van de Vlaams-nationalistische Volksunie (VU). De VU ontstaat midden jaren 50 als politieke vleugel van de Vlaamse beweging. 

Maar binnen die VU ontstaan allerlei stromingen, met Vlaamsgezinde politici die een liberale koers willen varen, anderen die er meer progressieve standpunten op nahouden en een groep meer traditionalistische, centrumrechtse figuren. Tegen het jaar 2000 worden die interne tegenstellingen te groot en valt de VU uit elkaar. 

De centrumrechtse fractie van de VU richt daarop de partij N-VA op, met Geert Bourgeois als eerste voorzitter. Maar echt potten breken bij de eerstvolgende verkiezingen, in 2003, lukt niet. Bourgeois is de enige N-VA’er die verkozen raakt in het parlement. 

De N-VA beslist om de handen in elkaar te slaan met CD&V: de Vlaams-nationalisten en de christendemocraten trekken in 2004 als kartel – ‘CD&V/N-VA’ – naar de Vlaamse kiezer. En die formule blijkt een overdonderend succes: het wordt in één klap de grootste politieke formatie van Vlaanderen. En ook bij de federale verkiezingen van 2007 is het kartel de grote winnaar. CD&V-kopstuk Yves Leterme is dan de grote stemmentrekker. 

Maar de samenwerking is dan geen lang leven meer beschoren. De N-VA gelooft, na moeilijke federale regeringsonderhandelingen, niet meer in de communautaire aanpak van de CD&V. Vanaf 2008 gaan beide partijen weer hun eigen weg. 

Het kartel heeft de N-VA duidelijk geen windeieren gelegd: plots volgt verkiezingsoverwinning na verkiezingsoverwinning. Dat is deels te danken aan de populariteit van voorzitter Bart De Wever, die bovendien enorm aan bekendheid heeft gewonnen door zijn deelname aan de quiz ‘De slimste mens ter wereld’. 

De N-VA slaagt er in 2014 zelfs in om een federale regering te vormen, met Charles Michel als premier. Maar nog voor de eindmeet loopt het mis: onder druk gezet door de groeiende populariteit van oppositiepartij Vlaams Belang weigert de N-VA eind 2018 het (niet-bindende) VN-Migratiepact goed te keuren. Daarop stapt de partij uit de regering-Michel. 

De kiezer kan dat niet smaken: de N-VA verliest heel wat stemmen bij de Vlaamse en federale verkiezingen van 2019. Op Vlaams niveau blijft de partij wel aan zet, met Jan Jambon als minister-president. Maar federaal wordt ze, na een poging van Bart De Wever om een deal te sluiten met de PS, uiteindelijk buitenspel gezet.