Stel je voor: iemand zegt “ik luister” maar kijkt ondertussen op z’n gsm. Geloof je die persoon?

We communiceren niet alleen met woorden. Ook met je lichaam, stem, gezichtsuitdrukking en zelfs stiltes geef je signalen. Soms versterken die je boodschap. Soms spreken ze ze tegen.

Wat is het verschil?

Verbaal = de woorden die je zegt

  • Je zinnen, je taalgebruik, je boodschap

Non-verbaal = alles wat je zonder woorden communiceert

  • Je houding

  • Je blik

  • Je gebaren

  • Je gezichtsuitdrukking

  • Je stemvolume, tempo en toon

Waarom is dit belangrijk?

Mensen onthouden niet alleen wat je zegt, maar ook hoe je het zegt. Als je boodschap en je lichaamstaal elkaar tegenspreken, gelooft men meestal je lichaam.

Voorbeeld:

  • Je zegt: “Ik ben heel enthousiast om hier te zijn.”

  • Maar je stem is monotoon, je kijkt weg, je armen hangen slap.

Grote kans dat je publiek het niet voelt. En jijzelf misschien ook niet.

Oefening: Kijk en vergelijk

Kies twee mensen (in een video, op tv, of live) die spreken in het openbaar. Bijvoorbeeld: een jeugdwerker, een politicus, een influencer.

  • Wie vond je overtuigender? Waarom?

  • Wat deed die persoon met zijn of haar lichaam en stem?

  • Waren woorden en lichaamstaal in lijn?